Een nieuw ski-jargon?

In skitechniek zijn altijd veel innovaties. Die probeer ik altijd zo goed mogelijk te duiden. Als dat nodig is gebruik ikzelf echter ook wel eens termen om het gedrag van een ski te beschrijven. Ik besef dat wat ik met die termen bedoel niet altijd even duidelijk is. Dus hier een duiding van díe termen, in de hoop dat het wat meer tot de verbeelding spreekt.

Bakstenen en stoeptegels

Als een ski zo stijf is dat hij nauwelijks door de skiër te controleren is, dan spreek ik wel eens over ‘bakstenen’ of ‘stoeptegels’. Die zijn onbuigzaam en als je ze ongecontroleerd laat rond slingeren, kan je er lelijk over struikelen. Dat geldt voor die categorie ski’s eigenlijk ook: als je er niet veel meer mee kan dan ze zijwaarts over de piste te schuiven om heelhuids onder aan de helling aan te komen, dan hebben we het gewoon over een baksteen. Een stoeptegel is een baksteen die ook nog eens heel veel kracht kost om op zijn kant te zetten.

Deze termen kom je niet zo vaak tegen in mijn reviews. De reden daarvoor is vrij eenvoudig: ski’s waar ik als skiër niets mee kan, daar schrijf ik geen review van. Als ik een ski niet gebogen krijg of op een fatsoenlijke manier de berg af, dan vind ik dat ik er niet een goed genoeg beeld van heb om er een review van te kunnen schrijven. Een paar van dat soort ski’s die ik dus wel heb geskied, maar waarvan ik niet genoeg heb kunnen zien om er een review van te schrijven, zijn bijvoorbeeld de Blizzard Bonafide, de Head Monster 108, de Nordica Enforcer 110, de Head Supershape i.Rally. Dat wil overigens niet zeggen dat die ski’s slecht zijn. Het zegt alleen dat ik met mijn postuur en techniek (of gebrek daaraan) niks met die ski kan, en er dus ook geen goed beeld van kan krijgen.

Noodle

Het tegenovergestelde van een baksteen is een ‘noodle’. Inderdaad: zo’n slap sliertje bami, mie, vermicelli, te ver gegaarde spaghetti… kies maar een couleur locale. Een slap ding waaraan je geen enkele steun kan ontlenen. Die zo slap is, dat de tip bij een beetje weerstand van een hobbeltje of wat diepe sneeuw direct opvouwt.

Voorbeelden van dat soort ski’s – waar ik wel gewoon reviews van schrijf – zijn wat mij betreft Salomon X-Race SC of Rossignol Pursuit 800 TI. Daarbij is ook weer niet gezegd dat je die ski’s met twee vingers kan opvouwen. Het is min of meer relatief. Zo is de genoemde Salomon denk ik stijver dan veel andere ski’s, maar tussen de andere slalomski’s – wat Salomon het zelf wel echt noemt en wat de opbouw en geometrie van de ski wel suggereert – wel een noodle.

Flapperlat en stuiterski

Een andere categorie is de ‘flapperlat’ of ‘stuiterski’. Dat is een ski die continu op harde pistes grip verliest. In het ene geval is dat een beetje aan de kant van de noodle – de flapperlat – die zo heftig flappert door oneffenheden in de piste of lucht die onder de tip komt, dat de staalkant daardoor letterlijk los komt van de sneeuw. Voorbeelden zijn voor mij de Atomic Vantage X 83 CTI en de Nordica Enforcer 93.

De stuiterski is net anders. Ook deze verliest grip op harde sneeuw, maar die niet door gebrek aan stabiliteit en integriteit, maar eerder door een (naar verhouding) te groot lanceringsvermogen. Dit zie je vooral bij ski’s die licht zijn van gewicht en veel carbon in de constructie hebben voor de nodige stijfheid. Carbon trilt lekker door, ratelt zelfs hoorbaar op harde pistes. Dat holle, ratelige maakt dat de ski snel opspringt en letterlijk de piste af stuitert. De Nordica GT 76 valt wat mij betreft in die categorie, evenals de Atomic Redster G7. Voor mij een logisch gevolg van gewichtsbesparing in combinatie met carbon-toevoeging.

Officiële termen zijn het niet, maar ik hoop met deze kleine typeringen wel een beetje duidelijk te kunnen maken hoe ik sommige ski’s ervaar. En als ik die termen gebruik, kan je hier precies vinden wat ik ermee bedoel.

0 comments on “Een nieuw ski-jargon?Add yours →

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *