Over skiniveaus

Een eenvoudige referentie van skiniveaus. Hiernaar wordt ook verwezen in het skiadvies-formulier.

Niveau 1: eerste keer

Niveau 2: maakt ploegbochten naar beide kanten op glooiend terrein

Niveau 3: maakt aaneengesloten ploegbochten op glooiend terrein – snelheidscontrole begint te komen, ook eerste parallelle bochten

Niveau 4: skiet op blauwe pistes, voornamelijk parallel, maar bij het begin of einde van de bocht nog soms in ploeg – voorzichtig op wat steilere of ijzige blauwe pistes

Niveau 5: skiet zekerder op blauwe pistes, parallel en probeert af en toe wat meer te carven. Rode pistes of lastige omstandigheden (buckels, slush, verse sneeuw) zijn nog eng

Niveau 6: maakt parallelle bochten op blauwe en rode pistes. Heeft nog moeite om zwarte pistes, buckels of buiten de piste met voldoende techniek te kunnen skiën

Niveau 7: skiet blauw en rood goed en op flink tempo; zoekt meer zekerheid op zwarte pistes, buckels en in het terrein en in alle condities (goede recreanten, beginnende leraren)

Niveau 8: skiet blauwe en rode pistes onder alle omstandigheden erg goed; skiet zwarte pistes, buckels en off-piste veilig en gecontroleerd, maar technisch nog verbetering mogelijk (hoger niveau leraren, recreanten met veel wedstrijdervaring)

Niveau 9: goede techniek op elk terrein, op alle soorten pistes en in alle omstandigheden, kan goed omgaan met buckels (opleiders, coaches, professionele skiërs)

Niveau 10: skiet technisch nagenoeg perfect op alle pistes, kan dat demonstreren en kan anderen daarin trainen (worldcupskiërs, demoskiërs op het hoogste niveau, atleten)