Pas op voor Amerikanen

De meeste skireviews die online te vinden zijn, zijn Amerikaans. Dat is op zich ook logisch, als je bedenkt dat het testen van ski’s door consumenten in de Verenigde Staten al veel langer heel normaal is, en dat consumentenreviews daar veel meer gemeengoed zijn dan hier (waar we toch nog vaak advies inwinnen bij dezelfde man of vrouw die ons ook ski’s verkoopt).

Ander soort skiën

Maar in de Verenigde Staten (en Canada) is het skiën vaak anders dan bij ons in Europa. Het grootste verschil is dat wij in Europa eigenlijk voor 80% op de piste skiën. Naast de piste is per definitie off-piste en wordt niet gedekt door de meeste verzekeringen. Bovendien betekent off-piste dat we op onszelf zijn aangewezen als het gaat om lawineveiligheid.

In Amerika is dat anders. Daar is het doorgaans zo dat – binnen de grenzen van een skigebied – al het terrein skibaar is, tenzij expliciet anders aangegeven. Dat betekent dus dan ook het off-piste terrein tussen de geprepareerde pistes in principe lawineveilig is gemaakt. En buiten de geprepareerde piste skiën geeft andere uitdagingen: zachte, diepe sneeuw, meer en grotere buckels. En dat vraagt om andere eigenschappen van ski’s dan prachtige strakgetrokken ribbels.

Oost vs West

Maar ook in Amerika zijn er grote verschillen. De skigebieden in het oosten (in staten zoals Maine, Vermont, New York, etc.) zijn te vergelijken met de gebieden onder de boomgrens in Europa. Pistes zijn vaak aangelegd en geprepareerd; naast de piste is alleen bij heel flinke sneeuwval goed te skiën, en dan meestal tussen de bomen.

Links: ‘West’ Vail (Colorado); rechts: ‘Oost’ Whiteface (New York)

In het westen, in de Rocky Mountains (alles ten westen van de lijn North Dakota – Texas kan je tot het westen rekenen) is het terrein ruiger, meer open, met grotere hoogteverschillen. Maar de sneeuw is ook anders. Waar in het oosten de sneeuw vanaf zee komt en vrij nat is, is de sneeuw die valt in bijvoorbeeld de grote gebieden in Colorado of Utah veel droger, en anders van structuur en gedrag. Natte sneeuw wordt veel harder als het wordt samengedrukt. Het wordt ook veel ijziger als het vervolgens flink vriest. De droge sneeuw in het westen blijft fluffy en droog, meer poederig.

Vertaling

In het westen van Amerika is een ski van 100 mm breed de norm voor een alleskunner; in het oosten van Amerika is dan 90 mm, en bij ons in Europa is dat 80 mm. Zo liggen ongeveer de verhoudingen. Dat verklaart ook waarom iemand die in Snowbird (Utah) skiet bijvoorbeeld een Line Supernatural 108 als ‘one-ski-quiver’ heeft; iemand in Vermont de Blizzard Brahma en hier in Europa de Salomon X-Drive 8.0 FS.

In Amerika lijkt men te redeneren: breed, tenzij je echt smaller moet. In Europa is het nog altijd andersom: aan de smalle kant van het spectrum, tenzij je echt veel float nodig hebt.

Dus als je reviews bekijkt (geschreven, maar ook de vele filmpjes op Youtube), bedenk dan dat we hier in Europa er doorgaans andere skigewoontes op na houden. De sneeuw is ook nog eens anders, dus blind varen op een Amerikaans review kan uitmonden in iets dat toch niet zo goed past bij wat je wil.

2 comments on “Pas op voor AmerikanenAdd yours →

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *