Tweeluik Bootfitten – deel 1: passen en meten

Skischoenen zijn essentieel voor skiën. Maar dat ze goed zitten, de krachten overbrengen naar de ski’s en tegelijkertijd de skiër een gevoel van controle en vertrouwen geven is niet vanzelfsprekend. Veel mensen hebben pijn tijdens het skiën. Ikzelf heb dat ook heel lang gehad. Zo erg zelfs, dan na al een klein uur de skischoenen uit moesten. 

Nieuwsflits: pijn tijdens het skiën hoort niet en is niet nodig! 

Deze tweeluik over bootfitten schrijf ik samen met de eigenaren van DutchBootFitter. Marco-Paul Breijer en Bart Haarselhorst zijn allebei register- en sportpodoloog. Bovendien zijn zij Master Bootfitters met een opleiding van de Masterfit University in de Verenigde staten – hét bootfit-instituut. DutchBootFitter is gevestigd op IJburg, Amsterdam. Veel informatie kan je vinden op hun website.

Meten is weten

Op een warme zomeravond kom ik – op afspraak, zoals zij werken om de volle aandacht te hebben voor de klant – de shop binnen. Een open ruimte, eigenlijk shop en werkplaats in één. Strak ingericht, zeker geen doorsnee skischoenen-shop. Geen rekken vol skischoenen waar je terwijl je wacht om geholpen te worden al stiekem een schoen kan uitzoeken die bij je skibroek past. ‘Dat doen we expres niet,’ zegt Marco-Paul, ‘want als jij al een schoen op het oog hebt voordat we naar je voeten hebben gekeken – dáár gaat het bij de meeste mensen mis.’

De basis van het aanmeten van skischoenen is een grondige analyse van de voet en een dialoog over wat voor skiër je bent. Je niveau, maar ook in wat voor sneeuw je skiet, op welk tempo, wat je stijl is. Ik herken de vragen die ik zelf aan mensen stel voor skiadvies. Dezelfde zaken zijn ook voor skischoenen relevant, legt Bart uit.

Ondertussen word ik op blote voeten uitgenodigd op het podium. Marco-Paul zit op een krukje voor me een begint mijn beide voeten op te meten. Dat zijn de voor de hand liggende zaken als de lengte van de voet en de breedte. Maar ook kijkt hij expliciet naar al die variabele zaken die elke voet anders maken. De hoogte en vorm van de wreef, de achillespees, de enkel, de voetboog.  

Ondertussen vraagt hij door over problemen die ik misschien ervaar. Afgaande op wat hij aan mijn voeten ziet noemt hij wat zaken die voor mij zouden kunnen spelen. Hij wijst daarbij ook naar de muur achter zich, tegenover mij, waar een grote poster hangt met graphics van de meest voorkomende klachten in skischoenen. Ik vertel hem een tweetal zaken die voor mij altijd spelen. Die zijn een direct gevolg van mijn specifieke voetvorm. Een bobbel op mijn wreef van beiden voeten maakt dat het daar soms knelt; en de aanhechting van mijn vijfde teen (aan de buitenkant dus) is vrij ver naar achteren.

Nadat hij mijn beide voeten in kaart heeft gebracht, kijkt Marco-Paul naar de dorsaalflexie van mijn enkelgewricht. Dat is de mate waarin ik mijn voet omhoog kan trekken richting mijn scheenbeen, óf – als ik mijn voeten op de vloer hou – hoe ver ik dan naar voren kan leunen voordat mijn hielen loskomen. ‘Niet zo flexibel, Gijs,’ grapt hij. Het is wel waar. ‘Waarschijnlijk ski je vrij rechtop, maar kan je met wat techniek toch voldoende controle en performance halen.’ Dat heeft hij goed gezien. Allemaal door te kijken hoe ik – letterlijk – op mijn voeten sta en beweeg.

Een voetscanner die in veel shops wordt gebruikt (de 3D scanner van Fischer bijvoorbeeld), die ziet wel de lengtes en breedtes van je voeten, enkels en kuiten. Maar zo’n apparaat kan niets zeggen over hoe je beweegt, hoe je op je voeten staat, of je x-benen hebt, of juist o-benen. En kan dus ook niets zeggen over de specifieke zaken waar je op moet letten om klachten als gevolg van je eigen lichaam te voorkomen. Daarvoor heb je de interpretatie nodig van een specialist.

Wie de schoen past

Het meten is klaar. We kennen nu mijn voeten, we weten wat voor skiër is ben. En dus is het tijd om te passen. Gezien de specifieke eigenschappen van mijn voeten zijn er niet heel veel opties. Niet dat ik moeilijke voeten heb, zegt Marco-Paul als troost, ‘maar wat heeft het voor zin om schoenen te passen waarvan ik nu al weet dat ze echt niet goed gaan zitten?’ Zit wat in. Maar dat betekent ook dat je vertrouwen moet hebben in je bootfitter. En dat de bootfitter – om zijn punt aan te tonen – je best zonder introductie de schoen kan aandoen die jij dacht dat je wilde hebben. Als hij zijn analyse goed heeft gedaan, en jij als klant eerlijk bent geweest, dan blijkt vanzelf dat de keuze van de bootfitter inderdaad beter past.

En dat ‘goed passen’ is nog wel een dingetje. Geen drukpunten voelen is één ding. Maar voor veel mensen is dat het enige ding. Daardoor worden vaak te grote skischoenen gekocht. Te grote skischoenen geven – als je stil staat – geen drukpunten. Maar als je erop gaat skiën, heb je ruimte, ga je schuiven, je voeten gaan op zoek naar grip. Kramp, pijn, schaafwonden, blauwe plekken – in de meeste gevallen is een te grote skischoen de hoofdoorzaak van heel veel klachten.

Om zeker te weten dat een skischoen de juiste maat heeft, doen de heren bij mij de zogenaamde ‘shell-check’. Met mijn blote voet stap ik in de buitenschaal van de skischoen (de binnenschoen hebben ze eruit gehaald). Met mijn tenen moet ik de voorkant licht aanraken (‘niet je tenen pletten of zo, gewoon voelen dat de voorkant er is’), vervolgens kijken zij met een lampje hoe veel ruimte er tussen mijn hiel en de achterkant van de skischoen zit. Is dat meer dan 1,5 cm, dan kijken we of een maat kleiner beter is. Is dan minder dan 0,5 cm, dan zou de schoen wel eens te klein kunnen zijn.

Shell Check

Nadat de juiste maat van de skischoen is gevonden, gaat de binnenschoen er weer in. ‘Ik heb er een fatsoenlijk zooltje in gedaan,’ zegt Bart. Het zooltje dat de fabrikant in de schoenen doet, is eigenlijk niet meer dan een stukje vloerbedekking met een merknaam erop. Dat wil zeggen: het ondersteunt niet de voetboog (als je voet in kan zakken, kan je voet scheef zakken in de skischoen, met allerlei drukpunten en pijn aan gewrichten tot gevolg), het stabiliseert niet de hiel (zodat die niet kan gaan schuiven of glijden of draaien) en het geeft geen demping. ‘Er zijn maar weinig mensen die met dat standaard zooltje van de fabrikant fatsoenlijk en zonder klachten kunnen skiën. Wij hebben gemerkt dat na te grote skischoenen het ontbreken van goede ondersteuning van de voet de grootste veroorzaker is van de meeste klachten.’

Ik trek de schoenen aan, voor het eerst in het proces met skisokken aan. Ik doe ze dicht. Ze zitten goed. Ik voel mijn voeten en hoe ze in de schoen zitten. Waar het strakker zit, waar ik ruimte heb. ‘Denk en voel eens hardop,’ vraagt Marco-Paul, ‘dan kan ik meedenken.’ Ik zet een van de schnallen een beetje strakker, een ander een beetje losser. Op die manier kan je de druk die op verschillende plekken op je voet wordt gezet goed manipuleren. Ik voel de bobbels op mijn wreef, en de aanhechting van mijn buitenste tenen. Die plekken hadden we verwacht.

Op deze manier passen we meer schoenen. Een shell-check voor de maat, dan passen en bespreken. Sommige zaken zijn op te lossen met een goede afstelling van de schnallen, sommige zaken zijn op te lossen met het verder aanpassen van de schoen.

‘Je kan een heleboel verbouwen aan een skischoen,’ leggen de heren uit. ‘Maar je vertrekpunt moet wel zijn de schoen die uit de doos het beste past. Dat aanpassen van de schoen is het tweeken van de laatste dingen, niet het op maat bouwen van een skischoen. Dat is een heel andere tak van sport.’ 

Bij DutchBootFitter hebben ze gekozen voor het Vacuüm Fit systeem van Fischer. Er zijn veel merken die thermo-fitten aanbieden, maar alleen bij Fischer kan je op die manier een schoen ook smaller maken (en niet alleen breder). Bovendien biedt het fit-apparaat de mogelijkheid om de uitlijning van het been en de knieën met de schacht van de schoen in één handeling te doen, waardoor die aanpassing in de vorming van de schoen wordt meegenomen.

Uiteindelijk heb ik de schoen gevonden die het beste past én die voldoet aan mijn wensen. Mocht er toch nog iets niet fijn zitten, dan mag ik terugkomen en gaan ze het voor me fixen. Allemaal bij de prijs inbegrepen. Heb je nou al schoenen waarvan je denkt dat de maat goed is, maar er zijn toch nog klachten? Het aanpassen van je eigen schoen is ook een dienst van DutchBootFitter. Dus voel je niet bezwaard als je aan komt zetten met een schoen die je niet bij hen hebt gekocht. 

Je kan er ook terecht voor een (sport)podologisch consult of het aanmeten van podologische zolen (ook voor andere toepassingen dan skiën). Marco-Paul en Bart zijn beiden geregistreerd podoloog en veel van de zorg die zij bieden wordt dus vergoed door de zorgverzekeraars.

In deel 2 van dit tweeluik meer over de aanpak van specifieke problemen.

3 comments on “Tweeluik Bootfitten – deel 1: passen en metenAdd yours →

  1. Ha Gijs,
    Wat een interessante post weer! Leuk om dit te lezen. Een goed passende schoen lijkt helaas voor veel Nederlands, zoals ook voor mij, nog steeds een pot goud onder de regenboog.
    Is het bij deze bootfitters ook mogelijk om een sportieve, stijve schoen te krijgen met een hoge flex? Ik ervaar met mijn brede leest dat een stijve schoen vaak lastig te krijgen is..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

WP2Social Auto Publish Powered By : XYZScripts.com